Twee stappen vooruit, maar honderd terug


Uiteindelijk was mijn isolatie voorbij, de wachttijd zat erop en ik was klachtenvrij. Ik moest mijn spullen inpakken. Alles op een karretje. De sluis door en naar een andere kamer. Ik was weer vrij. 

Ik mocht weer de afdeling op. Ik mocht weer naar buiten. Het voelde heel raar. Onwennig. Ik, die vies en gevaarlijk was. Ik mocht weer tussen de andere mensen. Na ruim een week alleen te zijn geweest. 


Ik was onwijs somber en suïcidaal. Ik had heel erg veel moeite met de drukte om me heen. Alles kwam tegelijk binnen: stemmen, beweging, geluid. Mijn hoofd kon het niet bijhouden. Ik vroeg de verpleging wanneer ik de behandelaar van de afdeling zou spreken. Die bleek te zijn vertrokken en er was een nieuw iemand. Dat wist ik niet. 


Ik heb enorm moeten zeuren om een afspraak te maken. Waarom ik dat dan per se wilde.  Omdat het niet goed met me ging. Omdat ik niet weet hoe ik hieruit moet komen. Omdat ik niet weet hoe ik nu verder moet. Omdat die week isolatie me geen twee stappen, maar honderd terug had gezet.


Ik kreeg uiteindelijk een afspraak. Ik weet er niet heel veel meer van, maar ik weet wel dat ik toen, per direct, al mijn vrijheden kwijt was. Niet meer alleen naar buiten. Niet meer alleen de afdeling af. Pas toen ik instortte, werd het gezien. 


Ik deed twee stappen vooruit door de sluis, maar mentaal zette ik er honderd terug.


Reacties