Hij sloot het dossier, maar voor mij was het niet klaar

 Als je opgenomen bent in de kliniek, krijg je daar een behandelaar. Tijdens mijn eerste opname verliep het in het begin wat rommelig. Die behandelaren waren vaak in opleiding en wisselden daardoor nogal regelmatig. 

Zo stond er na een aantal weken de volgende naast mijn bed, P. Hij was psychiater in opleiding. Onze eerste kennismaking was bijzonder. Ik was doodziek, lichamelijk. Ik had de hele nacht lopen rennen naar de wc. Ik herinnerde me er niet veel van. 


Onze tweede afspraak vond ik ongemakkelijk daardoor. Maar het wende snel. Het klikte best goed. Hij had door wat voor mij werkte. Er was zelfs wat vertrouwen, een gevoel van veiligheid. Hij was de behandelaar van de gesloten afdeling, maar toen ik verhuisde naar de open afdeling, bleef hij bij me. Om het traject af te maken.


Na vijf maanden opname mocht ik naar huis, met intensive home treatment (IHT), die komen voor een korte periode, zeer intensief op huisbezoek. Toen dit afgelopen was, werd ik weer overgedragen aan de poli. De behandelaar die ik had op de poli werkte ondertussen ergens anders, dus kreeg ik een andere. Maar ook P wisselde van werkplek en ging naar de poli. Ik mocht kiezen. Starten bij een nieuwe behandelaar, of verder bij P. Ik koos voor P.


Het was zoeken, de hele setting was anders, de doelen werden anders. Maar we vonden onze weg.
Er kwam weer een nieuwe opname, deze werd ook weer lang helaas. Drie maanden was ik weg. Ook hier ging ik weer naar huis met IHT en na IHT zou ik naar FACT gaan en niet meer terug naar de poli. P was klaar met zijn stage en zou ook door gaan naar zijn volgende plek.


Tijdens mijn opname hoorde ik niks meer van P, ik vond het raar. We hebben een hele lange tijd intensief met elkaar opgetrokken. 


Op een gegeven moment hoorde ik van de hoofdbehandelaar van IHT dat P mijn dossier afgesloten had. Zomaar uit het niets. Zonder bericht. Ergens logisch na al die tijd. Eerst die opname, dan IHT en daarna FACT. Maar geen overdracht, geen afronding, geen afscheid. 


Ik heb zo hard mijn best gedaan om me veilig te voelen, om me te hechten. Iets wat niet vanzelfsprekend is bij mij, iets wat niet vanzelf gaat. En dan word ik zo over de schutting gegooid. Weggesmeten. 


Ik mailde hem hierover. Om er toch nog iets over te zeggen. Pas daarna hoorde ik iets. Probeerde hij te bellen. Maar ik kon het niet meer. Ik heb de telefoon niet meer opgenomen. Ik wilde hem niet meer spreken.


Het heeft het vertrouwen in behandelaren brozer gemaakt. 

Want wat maakt dat zij mij wél de moeite waard vinden? Wat maakt dat zij wél blijven? Wat maakt dat zij vinden dat ik er wél toe doe?


Wanneer ben ik wel belangrijk genoeg?


Reacties

Populaire posts van deze blog

Ik zag zoveel gezichten en geen één werd echt vertrouwd

Ze weten alles van me, maar niemand weet waar ik hoor

Alles kwam via de vloer, maar mensen kwamen niet