Voorgeschreven, maar niet gegeven
De grote GGZ en medicatie. Blogs kan ik erover schrijven. Deze gaat over mijn ervaringen met medicatie tijdens opnames.
In de kliniek, daar startte het, het gedoe. Mijn allereerste opname was een crisisopname. Een van de afspraken die ik maakte met de crisisdienst was dat ik mijn medicatie die ik opgespaard had, in moest leveren. Ik had van alles uitgedrukt uit pillenstrips en bij elkaar in een potje gestopt. Onherkenbaar zat het dus ook in dat potje.
Bij binnenkomst leverde ik alles wat ik mee had in. Wat ik op dat moment slikte, netjes in doosjes voorzien van labels. En dat potje. Alles bij elkaar in een grote zak. Later kwam de verpleging vragen wat dat potje was. Ik legde uit dat de afspraak was dat dat ingeleverd moest worden van de crisisdienst. Ik had verwacht het daarna nooit meer terug te zien.
Die opname duurde vijf maanden. Bij mijn ontslag kreeg ik mijn “thuismedicatie” weer mee terug. Alles wat ik ingeleverd had. Een deel daarvan slikte ik nog, een deel daarvan niet meer, want tijdens mijn opname was ik ook ingesteld op andere medicatie. En jawel, het potje met gespaarde pillen zat daar ook bij. Dat voelde niet alleen bizar, maar ook onveilig. Alsof niemand echt keek naar wat ik had ingeleverd.
Maar ook, medicatie-uitgifte in de kliniek. Het gaat écht zoals je ziet in de film. Op vaste tijden mag je in de rij voor je pillen. Met zijn allen naar kantoor toe, waar gecheckt wordt wie je bent en wat je op dat moment mag slikken. Je mag je hand ophouden, of soms krijg je je pillen in zo’n klein bekertje. Beetje water erbij en dan ter plekke doorslikken. Ik heb er nooit aan kunnen wennen. Ik vond het ongemakkelijk. Beschamend ook wel.
Soms heb je ook zo-nodig medicatie. Die mag je tussendoor ophalen. Moet je wel om vragen. Dan doorloop je dezelfde procedure, maar vaak krijg je er dan ook nog een goed bedoeld grapje overheen. “Vandaag geef ik jou geen pillen.” “Nee, nu heb ik er geen zin in om je medicatie te geven.” Zulke dingen. Op het moment dat ik mijn zo-nodig medicatie ging halen, ging het met mij al echt niet goed meer. Had ik al afleiding ingezet, had ik het al “uitgezeten” en was het echt nodig. Zo’n grapje viel dan echt verkeerd. Ben ook wel vaker weggelopen, wat volgde was dan schadelijk gedrag van mij. Niet goed, weet ik ook wel. Maar ik vroeg om hulp, vroeg om medicatie. Meer kon ik niet op zo’n moment.
Maar ook die ene specifieke keer. Ik had een tijdsafspraak gemaakt met mijn aanspreekpunt. Half 8 zou ze me opzoeken, dan kon het net zei ze. Ze had tot 8 uur want daarna had ze een andere afspraak. Ik ging wandelen. Ik liet om kwart over 7 weten dat ik terug was. Ze kwam maar niet. Om kwart voor 8 kwam ze gehaast binnen lopen, het kon nu nog wel even snel. Ik zei dat ze het wel kon laten dan, voor even snel een kwartier hoeft het niet. Ze reageerde geïrriteerd, ik raakte hiervan overstuur en vertrok naar mijn kamer.
Later ging ik naar kantoor om medicatie te vragen, alleen zij zat er. Mijn medicatie wilde ze niet geven, ze bleef maar vragen waarom ik geen gesprek meer wilde. Ben wederom weggelopen. Zonder pillen. Later kwam ze naar mijn kamer. Weer die vragen waarom ik geen gesprek meer wilde. Maar weer geen medicatie. De spanning was op dat moment zo hoog dat ik aan het dissociëren was en niet meer kon praten. Medicatie kreeg ik nog altijd niet. Ik werd, alweer, compleet in de steek gelaten.
Mijn medicatie werd wel voorgeschreven, maar regelmatig niet gegeven.
Reacties
Een reactie posten